De manier waarop wij met geld omgaan, toont aan waar ons hart ligt. Christenen mogen allereerst gericht zijn op het ondersteunen van Gods werk. Wanneer dat daadwerkelijk onze wens is, rijst de vraag hoe we dat op een goede en verantwoorde manier kunnen doen. Waar zouden we aan kunnen geven en welke richtlijnen helpen ons om te bepalen hoeveel we geven?
Veel mensen - ook christenen - maken zich bezorgd over
hun geld omdat ze het verwerven ervan en in bezit houden als een belangrijk
levensdoel beschouwen. Ze maken zich druk over dat wat ze (nog) niet hebben. Maar…
velen zullen het ervaren hebben in het leven: bezit brengt niet altijd meer tevredenheid.
In de Bijbel is tevredenheid een belangrijk thema. ‘Als
wij echter voedsel en kleding hebben, zullen wij daarmee tevreden zijn,’
zegt Paulus in 1 Timotheüs 6:8.
De wens naar altijd maar meer, is eigenlijk net zoals
geldzucht. Het is een gevaarlijke begeerte die je zelfs kan doen afdwalen van
het geloof (vs. 10). Deze manier van gefocust zijn op bezit, wordt je door ‘de
wereld’ regelmatig aangeprezen. Als christen is het van belang om in te zien
dat dit niet de manier is die God van ons vraagt.
Geen twee heren dienen
Hoewel ik geen betaalde baan heb en niet zozeer gericht ben op 'geld verdienen', moet
ik toegeven dat ik soms toch wel bezig ben met comfort, luxe en bezit. Wat is
het vaak moeilijk om je gedachten hier niet door in beslag te laten nemen. Jezus
is heel duidelijk en zegt dat wij slechts één meester kunnen dienen (Mattheüs
6:24).
Wanneer God ons heeft gezegend met geld en bezittingen,
mogen we Hem daarvoor danken en iedere gelegenheid benutten om onze rijkdom te
delen met anderen. Geven schenkt vreugde en het is bemoedigend om te weten dat
vrijgevigheid wordt gezien door onze hemelse Vader (Spreuken 11:25 en Lukas
6:38).
In Handelingen 20:35 kunnen we lezen dat de Heere Jezus Zelf
gezegd heeft dat het zaliger is te geven dan te ontvangen!
Het geven van tienden
Veel christenen zijn bekend met het Bijbelse principe van
het geven van 'tienden'. Het gaat daarbij om het weggeven van tien procent van onze
inkomsten om God en de naasten te dienen.
Het geven van tienden heeft haar wortels in de Oudtestamentische
wetten. De Levieten waren behulpzaam bij de dienst in
de tabernakel en de tempel; zij dienden de priesters en hadden deze bijzondere
taak van God gekregen. Om volledig vrij te zijn ten behoeve van de dienst van
de Heer, werden aan hen tienden gegeven (Numeri 18). Zij ontvingen van de andere
stammen een tiende deel van o.a. de opbrengst van het veld, hun vee en hun
inkomen. Op deze manier konden de Levieten voorzien in hun levensonderhoud.
Jaarlijkse tienden
Eén keer per jaar werden de tienden van de opbrengst van hun akkers - fruit,
graan, wijn en vee - naar de tempel gebracht om daar met hun hele gezin,
inclusief de bedienden en de Levieten die in hun steden woonden, feest te
kunnen vieren. Dit werd gezien als een manier God
te eren (Deuteronomium 12:17-19).
Driejaarlijkse tienden
Om de drie jaar moesten de Israëlieten ook nog tienden
apart zetten voor mensen zonder eigen inkomen. Deze driejaarlijkse tienden
werden in de eigen stad opgeslagen en vormden voedsel voor Levieten, weduwen,
wezen, vreemdelingen en anderen in nood (Deuteronomium 14:28‑29).
Op die manier werd armoede effectief bestreden en hoefde niemand honger te
lijden.
Geldt deze wet nog steeds in onze tijd?
In het Nieuwe Testament vinden we het voorschrift over
het geven van tienden niet meer terug. Toch wil dat niet zeggen dat we dit
principe naast ons neer zouden moeten leggen. In zekere zin is het geven van tien
procent van het inkomen helemaal niet verkeerd. Het is dan misschien geen gebod
meer, maar het is een heldere richtlijn om aan te houden. En het is goed om te beseffen
dat het een Bijbelse opdracht is om te geven. Bovendien heeft God een
blijmoedige gever lief (2 Korinthe 9:7).
Paulus geeft in 1 Korinthe 16 een concrete instructie: ‘Op
elke eerste dag van de week moet ieder van u bij zichzelf iets opzijleggen om
op te sparen wat in zijn vermogen is…’ (1 Korinthe 16:2a). Dit is dus duidelijk
een aansporing om structureel te geven.
Geven aan de plaatselijke gemeente
Wanneer het welbewust ons verlangen is om te willen
geven, waar zouden we dan aan kunnen geven? Het is natuurlijk goed en ook Bijbels
om je plaatselijke gemeente - waar je geestelijk gevoed wordt - financieel te
ondersteunen. Het werk van en voor God kan niet doorgaan als er onvoldoende
financiële middelen zijn. Als gemeente mogen we er met elkaar voor zorgen dat
degenen die geroepen zijn om God fulltime te dienen (voorgangers, zendelingen
en anderen die in dienst staan van de gemeente), ontvangen wat ze daarvoor nodig
hebben (Galaten 6:6).
Andere (christelijke) doelen
Naast het financieel bijdragen aan de eigen gemeente,
zijn er talloze andere goede doelen waar we aan kunnen geven. Wellicht zouden
we er eens gericht voor kunnen gaan zitten om te bekijken welke doelen, stichtingen
of organisaties dicht bij ons hart liggen. Dit kunnen organisaties zijn die te
maken hebben met Israël, mensen in nood, hulpverleningsorganisaties, een
voedselbank of een gezin om de hoek dat het moeilijk heeft. Maak eens een lijst
met voor jou belangrijke doelen en overweeg bewust hoeveel je zou willen
schenken.
Onverwachte situaties
Naast gepland geven, komen er soms ook onverwachte gelegenheden:
iemand aan de deur, een collectebus op straat, kinderen die inzamelen voor een
goed doel. De mogelijkheden zijn eindeloos. Een goede richtlijn is 2 Korinthe
9:1, waar dienstbetoon aan geloofsgenoten centraal staat. Onze manier van geven
toont aan hoeveel liefde we hebben voor God én voor elkaar.
God is onze ware Beschermer
Onlangs las ik in een artikel over een onderzoek waaruit was
gebleken dat onder dagelijkse Bijbellezers de kans meer dan twee keer zo groot is
dat ze tien procent of meer van hun inkomen besteden aan Gods werk. Kennelijk
bepaalt dan geestelijke discipline en Bijbelse overtuiging uiteindelijk of
iemand een trouwe en gulle gever is. Dagelijks Bijbellezen leidt mensen tot de
overtuiging dat God hun ware Beschermer is, waardoor ze hun middelen
toevertrouwen aan God.
De juiste motivatie
De werkelijke drijfveer tot geven, komt voort uit een vertrouwelijke
relatie met de Heere Jezus en onze volledige overgave aan Hem. Ten diepste gaat
het erom te geven vanuit de juiste motivatie - alleen dán zal God Zijn zegen
eraan verbinden. Wanneer we in Lukas 21 het verhaal lezen van de arme weduwe,
zien we dat hetgeen ze gaf niet veel was, maar ze gaf het met haar hart. Het
was zelfs haar hele levensonderhoud; zij had alles voor God over. Dit is het
praktische voorbeeld dat Christus ons voorhoudt. Hij kijkt niet naar de gave op
zich of naar de hoeveelheid, maar Hij ziet of ons hart echt bewogen is. Alleen
dan zullen we bereid zijn om Gods werk ruimhartig te ondersteunen. Het is
uiteindelijk Gods verlangen dat Zijn werk doorgaat. God heeft de blijmoedige
gever lief en we mogen dan ook uitdelen naar vermogen, met een dankbaar hart.
Ten slotte
Alles wat we bezitten, is genade van God. Alles komt
uiteindelijk van Hem en we geven Hem weer terug van wat we hebben ontvangen.
Dit artikel is onlangs verschenen in 'Het Zoeklicht' nr. 05- 2026 en is een bijdrage die ik voor dit blad mocht schrijven.

Reacties
Een reactie posten
Fijn dat je een reactie achterlaat. Deze wordt eerst gecontroleerd dus het kan even duren voor je hem terugziet onder het bericht.