Vergeving (deel 2 - slot)

In dit tweede deel over ‘vergeven’ wil ik ingaan op de praktische kant hiervan. Welke stappen zouden we kunnen zetten als we ervoor kiezen om te vergeven? Hoe zit het met het vergeven van jezelf, hoe kunnen we omgaan met verwarrende gevoelens en hoe kunnen we aan verzoening werken?

Vergeving vragen of vergeving schenken blijkt in de praktijk niet altijd gemakkelijk te zijn. In het vorige deel zijn we tot de conclusie gekomen dat het belangrijk is om ons dagelijks bewust te zijn van de genade van Christus waaruit we leven. Berouw hebben over zonden is belangrijk (1 Johannes 1:9) en de vergevingsgezindheid van Christus mag ons tot voorbeeld zijn. Alleen door te zien op Christus’ werk aan het kruis, kunnen we begrijpen hoeveel óns vergeven is en dat we van hieruit anderen mogen vergeven. Maar hoe kun je dit doen in de praktijk? Welke stappen kun je hierin zetten? 

Zelfreflectie
Zowel bij vergeving schenken als bij vergeving vragen is het belangrijk - zo niet noodzakelijk - om allereerst tot zelfreflectie te komen. Wie daadwerkelijk berouw toont over zijn of haar zonden en zich bewust is van eigen tekortkomingen, zal minder snel streng oordelen en eerder geneigd zijn te vergeven of om vergeving te vragen. Jezus’ oproep om eerst de balk uit eigen oog te verwijderen voordat men de splinter bij een ander aanwijst, blijft actueel (Mattheüs 7:1-5).

Zelfreflectie is niet alleen belangrijk voor een eerste stap naar vergeving, maar het is ook belangrijk voor je geestelijke groei. Het vormt als het ware een brug tussen beide kanten: wie zichzelf eerlijk onderzoekt, kan zowel nederig om vergeving vragen als mild vergeving schenken. Om dit praktisch te maken, zou je een moment van zelfreflectie kunnen nemen door enkele ogenblikken van stilte en gebed te zoeken of misschien een brief te schrijven naar de ander. Je zou ook een gesprek kunnen hebben met een vertrouwenspersoon om de situatie te bespreken.

Wachten tot de ander komt?
Het is menselijk om te denken dat de ander eerst moet komen om vergeving te vragen voordat wij zelf een stap zetten. Deze gevoelens van trots zitten heel diep in ieders ego.
Toch begint vergeving niet met ‘gevoel’, maar met een bewuste keuze. Jezus benadrukt in Markus 11:25 dat wanneer men bidt, men moet vergeven als men tegen iemand iets heeft. Deze daad van wilskracht opent een weg naar herstel.
Wachten op de ander leidt dikwijls tot stilstand, verbittering of een verhard hart. Het initiatief nemen tot vergeving bevrijdt juist de ander én jezelf van die last. Vergeven betekent niet dat je de ander gelijk geeft of zijn daden goedpraat, maar dat je afstand neemt van wrok en pijn die je hebt ervaren of die je iemand anders hebt aangedaan.
Kolossenzen 3:13 is een mooie opdracht: ‘Verdraag elkaar en vergeef de een de ander, als iemand tegen iemand anders een klacht heeft; zoals ook Christus u vergeven heeft, zo moet ook u doen.’

Komt er een einde aan vergeven?
Het komt ook voor dat mensen meerdere malen om vergeving vragen. Je kunt bijvoorbeeld denken aan een partner die tijdens een ruzie steeds weer dezelfde kwetsende woorden gebruikt en daarna om vergeving vraagt. Of aan broers en zussen die regelmatig botsen en elkaar telkens opnieuw vergeving moeten schenken. Ook gemeenteleden kunnen elkaar kwetsen door roddel of misverstanden. Of collega’s die fouten maken en steeds opnieuw om vergeving vragen voor slordigheden of nalatigheid. Bij grotere misstappen kun je ook denken aan iemand die worstelt met een bepaalde zwakte of verslaving en daardoor herhaaldelijk dezelfde fouten maakt.

Mensen die in hun karakter of gedrag slechts langzaam veranderen, struikelen onderweg vaak over hetzelfde. De Bijbel is er duidelijk over als we de vraag zien die Petrus stelt in Mattheüs 18:21. Hij vraagt aan de Heere Jezus hoe vaak hij vergeven moet. Jezus’ antwoord - zeventig maal zeven maal - gaat Petrus waarschijnlijk veel te ver. Jezus legt er de nadruk op dat er geen einde aan komt als er om vergeving gevraagd wordt. Het gaat niet om een rekensom, maar om een houding van voortdurende vergevingsgezindheid. Zo blijft er, elke keer opnieuw, ruimte voor herstel.

Jezelf vergeven?
Het concept ‘jezelf vergeven’ klinkt tegenwoordig erg bekend. Regelmatig hoor je mensen zeggen: ‘Ik kan mezelf gewoon niet vergeven’. Populaire psychologen benadrukken hoe belangrijk het is om jezelf te vergeven en ook christenen nemen dit idee over. Indirect verlegt deze vergeving de focus van Gods genade naar menselijke autonomie.
Maar wat zegt de Bijbel eigenlijk over het vergeven van jezelf? Helemaal niets! De Bijbel spreekt over verticale vergeving (God die mensen vergeeft) en horizontale vergeving (mensen die elkaar vergeven). Zelfvergeving wordt nergens in de Schrift onderwezen. Ten diepste kan dit natuurlijk ook niet. Wanneer iemand zichzelf zou kunnen vergeven, zou Christus tevergeefs gestorven zijn en zouden ook andere mensen niet nodig zijn in een vergevingsproces. 

Leren rusten in Gods beloften
Met ‘zichzelf niet kunnen vergeven’ wordt soms bedoeld dat iemand zichzelf iets blijft verwijten of niet kan loslaten wat hem of haar door God of een ander reeds vergeven is. Iemand blijft dan rondlopen met een schuldgevoel. Alleen door geloof in Gods belofte dat Hij werkelijk vergeeft en de zonde wegdoet (1 Johannes 1:9), mogen we leren om dit gevoel los te laten.
In plaats van te blijven zoeken naar zelfvergeving, mogen we ons juist laten dragen door de liefde van Christus. Alleen bij Hem ligt de echte vergeving en uiteindelijk vrijheid: niet in wat wij onszelf kunnen geven, maar in wat Hij ons in genade al heeft geschonken (Efeze 1:7).

Omgaan met verwarrende gevoelens
Leren vergeven of vergeving ontvangen, kan een ingewikkeld en kwetsbaar proces zijn.
Het raakt ons vaak diep en gaat niet vanzelf. En ook naderhand is er soms nog een lange weg te gaan. Om goed te begrijpen wat vergeving wél is, is het ook belangrijk te benoemen wat het níét is.
Vergeving is geen ontkenning van pijn of schuld, maar een bewuste keuze om die pijn in Gods handen te leggen. Vergeving betekent overigens niet automatisch verzoening. Het kan wel een eerste stap zijn in de goede richting.
Bovendien zijn er bepaalde situaties waarin het ontzettend moeilijk is om te vergeven. Denk aan mensen die slachtoffer zijn geworden van mishandeling, verkrachting of zelfs moord van een geliefde. In sommige gevallen heb je hierbij professionele hulp nodig om überhaupt tot vergeving te kunnen komen.

Werken aan (het proces van) verzoening
Vergeving scheldt de schuld kwijt, verzoening herbouwt de relatie. Verzoening kan veel tijd kosten en komt helaas lang niet altijd tot stand. En daar komt bij dat we, als er wel vergeving is, nog hebben te dealen met de gevolgen van een bepaalde zonde. Die kunnen zelfs levenslang blijven bestaan. Vergeving kan eenzijdig plaatsvinden, maar verzoening vraagt om wederkerigheid. Het is een gezamenlijke inspanning waarin beide partijen bereid moeten zijn om de relatie opnieuw op te bouwen.
Wil er daadwerkelijk verzoening tot stand komen dan zal er moeten worden voldaan aan een aantal voorwaarden: eerlijkheid en openheid over wat er is gebeurd, het erkennen van de pijn en de gevolgen ervan én de bereidheid om opnieuw vertrouwen te leren geven en ontvangen.
Het betekent dan ook niet dat alles meteen weer is ‘zoals vroeger’, maar dat er een nieuwe basis wordt gelegd voor de toekomst. Vergeven betekent niet automatisch vergeten.
In een huwelijk, een vriendschap of binnen de gemeente kan verzoening betekenen dat men opnieuw leert communiceren en grenzen stelt. Door verzoening worden de gevolgen helaas niet zomaar weggenomen; er blijven soms littekens bestaan. Toch kan verzoening ervoor zorgen dat die littekens niet langer de relatie beheersen.

Een voorbeeld voor ons
Na de oorlog gaf Corrie ten Boom lezingen over vergeving. Tijdens een van die bijeenkomsten kwam een man naar haar toe die zich voorstelde als een voormalige kampbewaarder uit Ravensbrück.
Corrie herkende hem als iemand die direct betrokken was bij het lijden van haar zus Betsie, die in het kamp stierf. Hij stak zijn hand uit en vroeg haar om vergeving. Corrie bevroor... Ze voelde de pijn en de herinnering aan het verlies. In zichzelf worstelde ze met de vraag of ze dit kon.
Uiteindelijk bad ze om kracht en zei: ‘In Gods kracht vergeef ik je met heel mijn hart.’ Daarmee liet ze zien dat vergeving niet uit eigen kracht komt, maar uit Gods genade. Wat een bijzonder voorbeeld mogen Corrie én de kampbewaarder zijn voor ons!
Zoals Jezus ons in Mattheüs 6:12 leert in het ‘Onze Vader’, is het belangrijk dat Hij onze schulden vergeeft maar dat wij ook onze schuldenaren vergeven. Deze vergevingsgezindheid zou altijd in het hart van elke christen behoren te zijn (Efeze 4:32).

Dit artikel is onlangs verschenen in 'Het Zoeklicht' nr. 03 - 2026 en is een bijdrage die ik voor dit blad mocht schrijven.


Reacties