Vergeving vragen of vergeving schenken blijkt in de praktijk niet altijd gemakkelijk te zijn. In het vorige deel zijn we tot de conclusie gekomen dat het belangrijk is om ons dagelijks bewust te zijn van de genade van Christus waaruit we leven. Berouw hebben over zonden is belangrijk (1 Johannes 1:9) en de vergevingsgezindheid van Christus mag ons tot voorbeeld zijn. Alleen door te zien op Christus’ werk aan het kruis, kunnen we begrijpen hoeveel óns vergeven is en dat we van hieruit anderen mogen vergeven. Maar hoe kun je dit doen in de praktijk? Welke stappen kun je hierin zetten?
Zelfreflectie
Zowel bij vergeving schenken als bij vergeving vragen is
het belangrijk - zo niet noodzakelijk - om allereerst tot zelfreflectie te
komen. Wie daadwerkelijk berouw toont over zijn of haar zonden en zich bewust
is van eigen tekortkomingen, zal minder snel streng oordelen en eerder geneigd
zijn te vergeven of om vergeving te vragen. Jezus’ oproep om eerst de balk uit
eigen oog te verwijderen voordat men de splinter bij een ander aanwijst, blijft
actueel (Mattheüs 7:1-5).
Zelfreflectie is niet alleen belangrijk voor een eerste stap naar vergeving, maar het is ook belangrijk voor je geestelijke groei. Het vormt als het ware een brug tussen beide kanten: wie zichzelf eerlijk onderzoekt, kan zowel nederig om vergeving vragen als mild vergeving schenken. Om dit praktisch te maken, zou je een moment van zelfreflectie kunnen nemen door enkele ogenblikken van stilte en gebed te zoeken of misschien een brief te schrijven naar de ander. Je zou ook een gesprek kunnen hebben met een vertrouwenspersoon om de situatie te bespreken.
Wachten tot de ander komt?
Het is menselijk om te denken dat de ander eerst moet
komen om vergeving te vragen voordat wij zelf een stap zetten. Deze gevoelens
van trots zitten heel diep in ieders ego.
Toch begint vergeving niet met ‘gevoel’, maar met een
bewuste keuze. Jezus benadrukt in Markus 11:25 dat wanneer men bidt, men moet
vergeven als men tegen iemand iets heeft. Deze daad van wilskracht opent een
weg naar herstel.
Wachten op de ander leidt dikwijls tot stilstand,
verbittering of een verhard hart. Het initiatief nemen tot vergeving bevrijdt
juist de ander én jezelf van die last. Vergeven betekent niet dat je de ander
gelijk geeft of zijn daden goedpraat, maar dat je afstand neemt van wrok en
pijn die je hebt ervaren of die je iemand anders hebt aangedaan.
Kolossenzen 3:13 is een mooie opdracht: ‘Verdraag elkaar
en vergeef de een de ander, als iemand tegen iemand anders een klacht heeft;
zoals ook Christus u vergeven heeft, zo moet ook u doen.’
Komt er een einde aan vergeven?
Het komt ook voor dat mensen meerdere malen om vergeving
vragen. Je kunt bijvoorbeeld denken aan een partner die tijdens een ruzie
steeds weer dezelfde kwetsende woorden gebruikt en daarna om vergeving vraagt. Of
aan broers en zussen die regelmatig botsen en elkaar telkens opnieuw vergeving
moeten schenken. Ook gemeenteleden kunnen elkaar kwetsen door roddel of
misverstanden. Of collega’s die fouten maken en steeds opnieuw om vergeving
vragen voor slordigheden of nalatigheid. Bij grotere misstappen kun je ook
denken aan iemand die worstelt met een bepaalde zwakte of verslaving en
daardoor herhaaldelijk dezelfde fouten maakt.
Mensen die in hun karakter of gedrag slechts langzaam
veranderen, struikelen onderweg vaak over hetzelfde. De Bijbel is er duidelijk
over als we de vraag zien die Petrus stelt in Mattheüs 18:21. Hij vraagt aan de
Heere Jezus hoe vaak hij vergeven moet. Jezus’ antwoord - zeventig maal zeven
maal - gaat Petrus waarschijnlijk veel te ver. Jezus legt er de nadruk op dat
er geen einde aan komt als er om vergeving gevraagd wordt. Het gaat niet om een
rekensom, maar om een houding van voortdurende vergevingsgezindheid. Zo blijft
er, elke keer opnieuw, ruimte voor herstel.
Jezelf vergeven?
Het concept ‘jezelf vergeven’ klinkt tegenwoordig erg bekend. Regelmatig
hoor je mensen zeggen: ‘Ik kan mezelf gewoon niet vergeven’. Populaire
psychologen benadrukken hoe belangrijk het is om jezelf te vergeven en ook christenen
nemen dit idee over. Indirect verlegt deze vergeving de focus van Gods genade
naar menselijke autonomie.
Maar wat zegt de Bijbel eigenlijk over het vergeven van
jezelf? Helemaal niets! De Bijbel spreekt over verticale vergeving (God die mensen
vergeeft) en horizontale vergeving (mensen die elkaar vergeven). Zelfvergeving
wordt nergens in de Schrift onderwezen. Ten diepste kan dit natuurlijk ook
niet. Wanneer iemand zichzelf zou kunnen vergeven, zou Christus tevergeefs
gestorven zijn en zouden ook andere mensen niet nodig zijn in een
vergevingsproces.
Leren rusten in Gods beloften
Met ‘zichzelf niet kunnen vergeven’ wordt soms bedoeld
dat iemand zichzelf iets blijft verwijten of niet kan loslaten wat hem of haar
door God of een ander reeds vergeven is. Iemand blijft dan rondlopen met een
schuldgevoel. Alleen door geloof in Gods belofte dat Hij werkelijk vergeeft en
de zonde wegdoet (1 Johannes 1:9), mogen we leren om dit gevoel los te laten.
In plaats van te blijven zoeken naar zelfvergeving, mogen
we ons juist laten dragen door de liefde van Christus. Alleen bij Hem ligt de
echte vergeving en uiteindelijk vrijheid: niet in wat wij onszelf kunnen geven,
maar in wat Hij ons in genade al heeft geschonken (Efeze 1:7).
Omgaan met verwarrende gevoelens
Leren vergeven of vergeving ontvangen, kan een
ingewikkeld en kwetsbaar proces zijn.
Het raakt ons vaak diep en gaat niet vanzelf. En ook naderhand
is er soms nog een lange weg te gaan. Om goed te begrijpen wat vergeving wél
is, is het ook belangrijk te benoemen wat het níét is.
Vergeving is geen ontkenning van pijn of schuld, maar een
bewuste keuze om die pijn in Gods handen te leggen. Vergeving betekent overigens
niet automatisch verzoening. Het kan wel een eerste stap zijn in de goede
richting.
Bovendien zijn er bepaalde situaties waarin het
ontzettend moeilijk is om te vergeven. Denk aan mensen die slachtoffer zijn
geworden van mishandeling, verkrachting of zelfs moord van een geliefde. In sommige
gevallen heb je hierbij professionele hulp nodig om überhaupt tot vergeving te
kunnen komen.
Werken aan (het proces van) verzoening
Vergeving scheldt de schuld kwijt, verzoening herbouwt de
relatie. Verzoening kan veel tijd kosten en komt helaas lang niet altijd tot
stand. En daar komt bij dat we, als er wel vergeving is, nog hebben te dealen
met de gevolgen van een bepaalde zonde. Die kunnen zelfs levenslang blijven bestaan.
Vergeving kan eenzijdig plaatsvinden, maar verzoening vraagt om wederkerigheid.
Het is een gezamenlijke inspanning waarin beide partijen bereid moeten zijn om
de relatie opnieuw op te bouwen.
Wil er daadwerkelijk verzoening tot stand komen dan zal
er moeten worden voldaan aan een aantal voorwaarden: eerlijkheid en openheid
over wat er is gebeurd, het erkennen van de pijn en de gevolgen ervan én de bereidheid
om opnieuw vertrouwen te leren geven en ontvangen.
Het betekent dan ook niet dat alles meteen weer is ‘zoals
vroeger’, maar dat er een nieuwe basis wordt gelegd voor de toekomst. Vergeven
betekent niet automatisch vergeten.
In een huwelijk, een vriendschap of binnen de gemeente
kan verzoening betekenen dat men opnieuw leert communiceren en grenzen stelt. Door
verzoening worden de gevolgen helaas niet zomaar weggenomen; er blijven soms
littekens bestaan. Toch kan verzoening ervoor zorgen dat die littekens niet
langer de relatie beheersen.
Een voorbeeld voor ons
Na de oorlog gaf Corrie ten Boom lezingen over vergeving.
Tijdens een van die bijeenkomsten kwam een man naar haar toe die zich
voorstelde als een voormalige kampbewaarder uit Ravensbrück.
Corrie herkende hem als iemand die direct betrokken was
bij het lijden van haar zus Betsie, die in het kamp stierf. Hij stak zijn hand
uit en vroeg haar om vergeving. Corrie bevroor... Ze voelde de pijn en de
herinnering aan het verlies. In zichzelf worstelde ze met de vraag of ze dit
kon.
Uiteindelijk bad ze om kracht en zei: ‘In Gods kracht
vergeef ik je met heel mijn hart.’ Daarmee liet ze zien dat vergeving niet uit
eigen kracht komt, maar uit Gods genade. Wat een bijzonder voorbeeld mogen
Corrie én de kampbewaarder zijn voor ons!
Zoals Jezus ons in Mattheüs 6:12 leert in het ‘Onze
Vader’, is het belangrijk dat Hij onze schulden vergeeft maar dat wij ook onze
schuldenaren vergeven. Deze vergevingsgezindheid zou altijd in het hart van elke
christen behoren te zijn (Efeze 4:32).
Dit artikel is onlangs verschenen in 'Het Zoeklicht' nr. 03 - 2026 en is een bijdrage die ik voor dit blad mocht schrijven.

Reacties
Een reactie posten
Fijn dat je een reactie achterlaat. Deze wordt eerst gecontroleerd dus het kan even duren voor je hem terugziet onder het bericht.