Hoe groter de moeilijkheid is, des te geschikter de gelegenheid voor Christus is om Zich te openbaren


Niet zo lang geleden las ik in het Bijbelboek Markus een gedeelte dat mij raakte. 

En toen Hij uit het schip ging, zag Hij een grote schare en werd met ontferming over hen bewogen, omdat zij waren als schapen, die geen herder hebben, en Hij begon hun vele dingen te leren.
En toen het reeds laat geworden was, kwamen zijn discipelen tot Hem en zeiden: De plaats (hier) is eenzaam en het is reeds laat. Zend hen weg, dan kunnen zij naar de gehuchten en dorpen in de omtrek gaan om voedsel voor zich te kopen. Maar Hij antwoordde hun en zeide: Geeft gij hun te eten. En zij zeiden tot Hem: Zullen wij dan voor tweehonderd schellingen brood gaan kopen en hun te eten geven? Hij zeide tot hen: Hoeveel broden hebt gij? Gaat eens zien! En toen zij het nagegaan hadden, zeiden zij: Vijf, en twee vissen. En Hij droeg hun op, dat allen groepsgewijze moesten gaan zitten op het groene gras. En zij gingen zitten in groepen van honderd en van vijftig. En Hij nam de vijf broden en de twee vissen, zag op naar de hemel, sprak de zegen uit en brak de broden en gaf ze aan de discipelen, dat die ze hun zouden voorzetten, en de twee vissen verdeelde Hij onder allen. En zij aten allen en werden verzadigd. En zij raapten de brokken op, twaalf manden vol, en ook van de vissen. En die de broden gegeten hadden, waren vijfduizend man (Markus 6: 34-44)

Enkele dingen hieruit vielen mij op.

Allereerst troffen mij de woorden 'omdat zij waren als schapen, die geen herder hebben...'. Wanneer je hier goed over nadenkt, kun je hier intens verdrietig van worden. Hoeveel mensen lopen er vandaag de dag niet op deze manier rond? De aarde is er vol van. Zoveel mensen 'doen maar wat' en kennen de Here Jezus niet. Ze hebben geen richting in hun leven en vertrouwen op anderen of op zichzelf. Laten we bewogen zijn met mensen die onze Heer en Heiland nog niet kennen. Er is nog steeds tijd om hen het Evangelie te vertellen.

Wat ook opvalt is de opdracht die Jezus geeft aan de discipelen. Hij zegt hen dat zij de grote schare te eten moeten geven. Wat er dan gebeurt, is bijzonder. Het brengt de discipelen tot het tellen van hun geldvoorraad. Dat is op dat moment het enige waaraan zij kunnen denken. Ze denken dat ze uit en met eigen middelen moeten voldoen aan wat de Heer vraagt. Ze komen niet op het idee om de Here Jezus Zelf om hulp te vragen terwijl ze Hem niet zolang geleden allerlei wonderen hebben zien doen. Gelukkig vraagt Jezus nooit iets zonder ons te voorzien van wat daarvoor nodig is. Uit het antwoord van de discipelen blijkt hoe weinig geloof ze hebben in de hulpbronnen die in Hem aanwezig zijn. 
Wanneer ik naar mijzelf kijk, moet ik eerlijk bekennen dat ik soms ook zo denk. Ik probeer overal hulp in te schakelen en dingen te regelen maar vertrouw vaak te weinig op Zijn hulp. Het zou omgekeerd moeten zijn. Hij is de Eerste waarbij we om hulp zouden moeten vragen en daarna kunnen we ook andere mensen of middelen inschakelen bij wat Hij ons vraagt om te doen. In feite is het een gebrek aan geloof. 

Ik las er dit over:

Geloof blijkt vooral uit het feit dat we weten hoe we gebruik kunnen maken van wat in Christus aanwezig is om te voorzien in de nood die zich op een bepaald ogenblik aan ons voordoet. Het geloof oordeelt dat hoe groter de moeilijkheid is, des te geschikter de gelegenheid voor Christus is om Zich te openbaren.

Wijze woorden om eens over na te denken!


Reacties