Het verhaal van kinderarts Vera Schlamm (1923-2008)

"Geboren in Berlijn, groeide ik op in een Joods gezin. We vierden de Joodse feesten, dankten God en vroegen om Zijn zegen. Mij was nooit verteld dat ik in God moest geloven. Hij was er gewoon. Ik was tien jaar toen Hitler aan de macht kwam. Mijn vader werd in 1938 gearresteerd en zat gevangen tijdens de ‘Kristallnacht’. Joodse mannen werden toen opgepakt en naar werkkampen gestuurd maar mijn vader ontsprong de dans; hij zat juist gevangen. Toen hij in december 1938 op borgtocht vrijkwam, had moeder al een vluchtroute naar Nederland geregeld. Maar het ging mis. We werden opgepakt door de Gestapo. Toch zei ik tegen vader: “Niet bang zijn hoor, God zal ons hieruit redden”. Ik geloofde dat ook echt. En God deed het. Als door een wonder liet de Gestapo ons gaan. Na een volgende vluchtpoging kwamen we uiteindelijk in Nederland aan. Toen in mei 1940 de Duitsers Nederland bezetten, zaten we weer in de val. We leefden voortdurend in angst.

Op 20 juni 1943 werden we opgepakt en kwamen we in Westerbork terecht. Later werden we overgeplaatst naar Bergen Belsen. Ik bleef bidden dat de Here ons uit deze situatie zou redden. Op een zondagochtend werden we als familie vrijgelaten. In het kader van een uitwisselingsprogramma werd onze hele familie uitgekozen. Via Zwitserland kwamen we eind 1947 in de Verenigde Staten aan. Ik kon goed leren en mocht medicijnen gaan studeren. In gesprekken met studiegenoten ontdekte ik dat ik niet genoeg van mijn eigen geloof afwist. Ik besloot de Bijbel te gaan lezen. Van een vriendin kreeg ik een King James Bijbel. Ik begon bij Genesis. Uiteindelijk bereikte ik Jesaja 7:14: “Daarom zal de Here Zelf u een teken geven; ziet, een maagd zal zwanger worden, en zij zal een Zoon baren, en Zijn naam IMMANUËL heten”.
Vanaf dat moment vroeg ik iedere avond aan God: “Is Jezus werkelijk de Messias?” Ik wilde het heel zeker weten. Toen ik al lezend in het Nieuwe Testament terecht kwam, las ik in Johannes 14:6 Jezus’ woorden: “Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij”. Mijn gebed werd nog intenser: “Is Jezus werkelijk de Messias?” Vier maanden lang liet God me worstelen. Op een morgen zei een zachte stem: “Ja, geef al je bezwaren aan Mij”. En op dat moment aanvaardde ik Hem. Jezus Zelf kwam in mijn leven. En hoewel ik nog lijd onder de gevolgen van wat ik heb meegemaakt, weet ik dat Zijn kracht in zwakheid wordt geopenbaard. Later bad ik of de Heere de bitterheid uit mijn hart wilde wegnemen. En dat deed Hij. We weten allemaal dat mensen ons pijn kunnen doen, maar we moeten vergeven. En ik ben nu in staat om dat te doen. Prijs de Here daarvoor. Zijn belofte luidt: “En gij zult Mij zoeken en vinden, wanneer gij naar Mij zult vragen met uw ganse hart” (Jer. 29:13).

Reacties